Intermezzo ('Koemelk-ethiek')

Door niek_nijmegen op maandag 24 februari 2020 20:59 - Reacties (92)
Categorie: -, Views: 3.730

Mijn opmerkingen over koemelk in de vorige posts leverden nogal wat reacties op. Zoals ik bij de reacties al opgemerkt heb, heb ik een stapel onderzoeken over de gezondheid van koemelk op mijn buro liggen om te analyseren. Dàt gaat nog wel even duren.

Om alvast mijn ethische bezwaren tegen koemelk met jullie te delen, deze post. Ik hoor graag jullie mening. Echt waar.



Net als de rest van mijn generatiegenoten ben ik opgevoed met een aantal kernwaarden en -waarheden. Sinterklaas komt ieder jaar met de stoomboot uit Madrid, en melk van koeien is gezond. En melkkoeien spelen met Peer Mascini in het zwembad als ze even genoeg hebben van grazen in de wei. Inmiddels weet ik beter: dat van die spelende koeien is duidelijk gelogen.

Melk komt van koeien die een kalfje gebaard hebben. Om te zorgen dat de koeien daadwerkelijk ieder jaar zwanger zijn (want een industrie kan zoiets niet aan het toeval overlaten), wordt er eerst door een boer een stier verkracht om daarna met het resultaat daarvan een koe kunstmatig te bevruchten door een boer met grote plastic handschoenen. Behalve de boer, heeft geen van de betrokken partijen hiervoor toestemming gegeven. De koe wordt gebruikt als willoze productiemachine.
A common procedure in dairy farming is to repeatedly breed, fertilize or artificially inseminate cows to ensure lactation after a dry period of approximately three months. (Dairy cows – an opportunity in the research field of non-genetic inheritance?, 2018)
Hier is het goed om alvast op te merken, dat koeien individuën zijn met gevoelens en een bewustzijn. Deze wetenschap komt later nog van pas.
The absence of a neocortex does not appear to preclude an organism from experiencing affective states. Convergent evidence indicates that non-human animals have the neuroanatomical, neurochemical, and neurophysiological substrates of conscious states along with the capacity to exhibit intentional behaviors. Consequently, the weight of evidence indicates that humans are not unique in possessing the neurological substrates that generate consciousness. Non-human animals, including all mammals and birds, and many other creatures, including octopuses, also possess these neurological substrates. (Cambridge Declaration on Consciousness, 2012)
Zodra de koe bevallen is, begint ze haar kind schoon te likken en te verzorgen. Zoals zoogdieren dat doen. En ook begint het kalf de melk van de moederkoe te drinken.
Cows lick their calves for several hours post-partum to stimulate calf breathing, circulation, urination, defecation and drying [38]. This behaviour also increases the calf’s absorption of colostrum immunoglobulins [37], which are crucial for calf health. (Dairy cows – an opportunity in the research field of non-genetic inheritance?, 2018)
Dit normale gedrag is al snel een probleem voor de melkveehouder, want die melk de het kalf gaat drinken, wil hij eigenlijk hebben om te verkopen aan de fabriek. Alles wat het kalf drinkt, is verlies. Ook kan de koe sneller opnieuw bevrucht worden als ze gescheiden is van haar kind.
One economic argument frequently presented by farmers is that the practice facilitates harvesting the maximum amount of milk available for sale. (American and German attitudes towards cow-calf separation on dairy farms, 2017)
Severing dam and calf also allows the cow to return to the oestrous faster so that she can be re-impregnated. (Dairy cows – an opportunity in the research field of non-genetic inheritance?, 2018)
En uiteraard zullen er mensen beweren, dat het juist beter is om moeder en kind zo snel mogelijk van elkaar te scheiden.
“[...] for the health and welfare of the calf, it [cow-calf separation] is probably one of the best things you can do.” (Canadian dairy cattle veterinarian perspectives on calf welfare, 2018)
“We don’t want them to be exposed to or accidentally ingest their mother’s manure” (Why Dairy Farmers Separate Cows & Calves, 2017)
Gelukkig is er een oplossing voor dit moeder-kind-probleem, namelijk een kruiwagen (of vergelijkbaar vervoermiddel). Het kalf wordt, vaak nog voor het kan lopen, ingeladen om afgevoerd te worden.
Separating the calf from the cow shortly after birth is a routine practice on dairy farms around the world. In brief, calves are separated from their dams within a few hours following birth and then housed in a separate location and fed artificially (with milk or milk replacer). (American and German attitudes towards cow-calf separation on dairy farms, 2017)
Als het een vrouwtje is, ‘mag’ ze (vaak in afzondering) opgroeien om later ook melkkoe te worden zodra d’r moeder met een jaar of 4 à 5 (een vijfde van hun natuurlijke levensverwachting) niet winstgevend of gezond genoeg meer was en is afgevoerd om geslacht te worden. Als het een mannetje is, duurt de lijdensweg korter en wordt ’ie gelijk vermoord of nog eventjes gevoerd om daarna snel kalfsvlees te worden. Ook vrouwtjes kalveren die niet gebruikt kunnen worden in de melkindustrie, worden geslacht zodat ze, in stukken gesneden, in plastic bakjes verkocht kunnen worden aan mensen.
Calves are housed either in single pens, pair-housed or remain in a herd of calves until they are either used for beef production if male, are [or?] raised to be dairy cows themselves. (American and German attitudes towards cow-calf separation on dairy farms, 2017)
Uiteraard vinden zowel moeder als kind het niet fijn om van elkaar gescheiden te worden. De moeder zal nog geruime tijd om haar kind roepen. Een reactie die sterker wordt naar mate moeder en kind langer de tijd krijgen om zich te hechten.
Cows will show a strong response (calling) if their calf is separated at an older age, e.g. 4 days after birth, compared to separation at 1 day or 6 hours after birth. (RSPCA Australia, 2020)
Scientists at the Vetmeduni Vienna studied the long-term effects of early maternal deprivation. Their study shows that calves which have contact to their mothers or to other cows during rearing become more sociable adults. (University of Veterinary Medicine, 2015)
Al zullen sommigen beweren, dat noch koe, noch kalf het erg vinden:
Does the mother miss its calf? Honestly, no. It is hormones that cause a cow to be receptive to a newborn calf. The oxytocin surge a new momma has can make her a bit crazy. But, it definitely depends on the animal. While some mommas get fired up, others don’t seem to give a hoot. Heck, sometimes the cow hardly even notices the calf. She just starts eating and doing her own thing. It’s not long and the hormone surge declines and the cow begins to eat, drink and relax. She is quiet, calm and happy while we love and care for her baby. (Why Dairy Farmers Separate Cows & Calves, 2017)
Maar dat vind ik lastig te geloven, al kan ik begrijpen dat de veehouder het zo mechanisch wil ervaren. Je ziet hier, denk ik, wat er misgaat wanneer je dieren industrieel gaat uitbuiten: het worden machines die uitsluitend mechanisch reageren, bijvoorbeeld wanneer hun kind wordt weggehaald (‘het zijn maar hormonen waardoor ze een beetje raar doen’), en gevoelens hebben ze alleen zolang het uitkomt, en dan worden die gevoelens ook nog eens naar believen geïnterpreteerd. Gehecht of verdrietig zijn koeien natuurlijk niet, volgens de boer, want dat zijn slechts mechanische reacties op hormonen, maar daarentegen zijn ze wèl echt gelukkig. Daar komen ze mee weg, want we kunnen het immers toch niet navragen.

Dit is problematisch, omdat je diezelfde reductionistische visie ook op mensen zou kunnen toepassen. Wie zegt, dat jouw gevoelens en wensen waardevol en echt zijn, en niet slechts een hysterische automatische reactie op hormonen, als een biologische machine? Gelukkig hebben we de verklaring uit Cambridge, waaruit blijkt dat we moeten aannemen dat zowel mens als dier bewust gedrag vertonen en gevoelsreacties hebben op de omgeving.

Maar een koe waarvan ze het kind hebben gestolen, wordt door de boer dus gezien als ‘rustig, kalm en gelukkig’, terwijl ik me evengoed kan voorstellen dat ze eigenlijk een koe waarnemen die ‘apatisch, depressief en berustend’ is, terwijl de boer ondertussen haar kind nepmelk voert en in afzondering klaarstoomt voor de slacht of een leven van uitbuiting. Dat die behandeling van het kalf beschreven wordt als ‘love and care’ is wat mij betreft nog eens extra bizar: de mensen en dieren van wie ik hou, zou ik nooit het leven van een industriekoe of -kalf toewensen.

Als het kalf waar 'liefdevol' voor gezorgd wordt, bijvoorbeeld onverhoopt meer dan 4 tepels heeft, mogen die 'bijspenen' worden 'verwijderd', want meer dan 4 is voor de boer niet handig. Dat wegknippen van de tepels mag de boer zelf doen, zonder verdoving. Onthoornen (vrijwel alle koeien hebben van nature hoorns, maar dat vindt de boer niet handig) gebeurt in Nederland gelukkig wel met verdoving. En hopelijk zorgen ze dan ook voor voldoende pijnbestrijding in de dagen erna.
Veel diergeneeskundige handelingen moeten door de dierenarts gebeuren. U mag zelf ook een aantal handelingen bij kalveren verrichten zonder een dierenarts. U mag bijspenen bij kalveren tot 4 weken oud verwijderen en zoolzweren openleggen. [...]

U mag uw kalveren tot 2 maanden zelf onthoornen met een elektrische of hete luchtmethode en kalveren vanaf 6 maanden met een draadzaag. Hier moet wel een dierenarts bij aanwezig zijn om te assisteren en de verdoving toe te dienen.(RVO)
En ook het beeld van de koe die dartel door de wei loopt, is een illusie. Een toenemend aantal koeien komt tijdens hun leven nooit buiten. In 2015 verbleven 35% van de melkkoeien hun héle leven in de stal. En ook de koeien die af en toe naar buiten mogen, verblijven maar een beperkte tijd in de wei, omdat die weidegang voor de bedrijfsvoering ongunstig is.(CBS, 2018)

samengevat
Voor het pak melk dat je in de supermarkt koopt (maar ook voor de yoghurt en de kaas en voor de melk in je chocolade of in je koekjes), worden jaarlijks (zonder hun instemming) koeien zwanger gemaakt. De kalfjes worden zo snel mogelijk na de bevalling bij de moeder weggehaald, en geslacht of gereedgemaakt en gemutileerd voor een (kort) leven als melkkoe. De melkkoe wordt in de 4 of 5 jaar dat ze van ons 'mag' leven, uitgebuit zodat we haar moedermelk (die bestemd was voor het kalf dat we van haar gestolen hebben) in pakken kunnen verkopen. Zodra de koe niet genoeg melk meer levert voor de boer, of als ze te ziek of verzwakt is, gaat ze op transport en wordt ze in het slachthuis aan een achterpoot opgehangen, waarna met een mes haar hals wordt opengesneden zodat ze stuiptrekkend leegbloedt totdat ze dood is. Aansluitend wordt ze in stukken gezaagd en als anoniem stuk vlees verkocht. Maar dàt staat allemaal niet op die mooie witte melkpakken.


literatuur
Annaliese: "Why Dairy Farmers Separate Cows & Calves", 2017
(http://moderndayfarmchick...ers-seperate-cows-calves/)

Busch, Gesa; Daniel Weary, Achim Spiller & Marina von Keyserlingk: "American and German attitudes towards cow-calf separation on dairy farms", 2017.
(https://doi.org/10.1371/journal.pone.0174013)

Centraal bureau voor de statistiek: "Weidegang van melkvee; weidegebied 1997-2015", 2018
(https://opendata.cbs.nl/s...0736ned/table?fromstatweb)

Engmann, Olivia: "Dairy cows – an opportunity in the research field of non-genetic inheritance?". University of Zurich. Zürich, 2018.
(https://academic.oup.com/...stract/4/2/dvy014/5054861)

Low, Philip: "Cambridge Declaration on Consciousness". Cambridge, 2012.
(http://fcmconference.org/...rationOnConsciousness.pdf)

Rijksdienst voor ondernemend Nederland: "Welzijnseisen voor kalveren", z.j.
(https://www.rvo.nl/onderw...isen-voor-dieren/kalveren)

RSPCA Australia: "Why are calves separated from their mother in the dairy industry?", 2019
(https://kb.rspca.org.au/k...er-in-the-dairy-industry/)

Sumner, C. & Marina von Keyserlingk: "Canadian dairy cattle veterinarian perspectives on calf welfare". University of Britisch Columbia. Vancouver, 2018
(https://doi.org/10.3168/jds.2018-14859)

University of Veterinary Medicine Vienna: "Early separation of cow and calf has long-term effects on social behaviour". Wien, 2015
(https://www.vetmeduni.ac....ects-on-social-behaviour/)

Flashback (deel 3b, ‘Beetje gespannen’)

Door niek_nijmegen op woensdag 19 februari 2020 13:15 - Reacties (2)
Categorie: -, Views: 2.454

Die paracetamol werkte natuurlijk niet, en zelfs de morfinepreparaten die ik toevallig nog in huis had zorgden er amper voor dat ik kon bewegen. Dus toen ik één of twee dagen later nog steeds niet veel beter ging, wilde de huisarts me wel even zien. Die heeft geduwd, gedraaid en gevraagd wat mijn klachten waren. En vooral ook met een afkeurende blik gevraagd hoe ik dan toch aan die zware pijnstillers was gekomen (‘2003, weet u nog?’). Hoe dan ook, ze kon niets geks ontdekken, maar als de klachten niet beter werden, mocht ik natuurlijk weer contact opnemen.

Nog diezelfde avond zat ik bij de huisartsenpost, omdat ik tintelingen in mijn handen wel opmerkelijk vond, en ik me ook gewoon erg veel zorgen maakte. Gelukkig snapten ze dat daar ook, en de arts heeft nog eens geduwd, gedraaid en gevraagd wat de klachten waren. Ze kon niets geks ontdekken, en vermoedde dat het vooral spierklachten waren, en dat er mogelijk wat gezwollen weefsel tegen zenuwbanen aandrukte. Dat kon wel eens gebeuren, na een val. Niets om je zorgen over te maken.

En inderdaad, na een kleine anderhalve week kon ik wel weer aan het werk, op alleen maar ibuprofen en paracetamol. Als je begint met ‘onhoudbare pijn; 11 op een schaal van 10’ ben je al best tevreden wanneer de pijn onder de 7 is. En zo ging het langzaam steeds beter.

Tot ik me in het voorjaar van het jaar erop ineens realiseerde, dat ik eigenlijk iedere nacht na 3 uur slaap wakker werd van de pijn, dat ik dan een paar uur moest gaan rondlopen, en dan weer drie uur kon slapen. Ach, en 6 uur slaap, daar red ik het nèt op. Niettemin heb ik contact opgenomen met mijn fysiotherapeut. Die heeft geduwd, gedraaid en geprobeerd met een rol en tennisbal mijn rug wat los te krijgen. Dat hielp niet, en ik vertelde haar, dat ik het idee had dat de klachten voelden als verkramping in mijn rugspieren. Volgens haar was dat onmogelijk, omdat ik de klachten immers ’s nachts had en je spieren ’s nachts ontspannen zijn. Maar ze wilde me wel doorverwijzen naar een ostheopaat, omdat ze inzag dat zij er niet meer uitkwam.

De ostheopaat wilde om te beginnen bij de intake mijn hele levensgeschiedenis doornemen: waar kwam ik vandaan, hoe was mijn jeugd, welke medische ingrepen had ik allemaal ondergaan (inclusief tandartsbezoek, geloof ik) en welke medicijnen ik gebruikte. Dat duurde zo’n driekwartier. Toen mocht ik op mijn rug gaan liggen en duwde hij afwisselend even tegen mijn linker- en rechtervoet. Dat duurde 5 seconden. ‘Ik denk dat ik weet wat er aan de hand is,’ zei hij, ‘Voel jij het zelf ook?’
- ‘Eh, ik geloof dat ik links soepeler meebeweeg dan rechts, klopt dat?’
- ‘Ja, inderdaad. Jij bent in je rechterkant volledig verkrampt.’

In een paar zittingen heeft hij de verkrampingen weggekregen, en toen ik in de zomer van dat jaar over een strijkijzer struikelde, was ik eindelijk even pijnvrij.

Flashback (deel 3, ‘Gaat u hier maar liggen’)

Door niek_nijmegen op woensdag 19 februari 2020 12:04 - Reacties (4)
Categorie: -, Views: 1.689

Het is een warme najaarsmiddag in 2018. Op mijn werk zit een kraan in de grote centrale keuken al een tijdje los in het aanrechtblad. De monteur is op de hoogte, al meerdere weken. Maar om onduidelijke redenen is die kraan nog steeds onbruikbaar. Best onhandig als daar dagelijks, door cliënten, voor zo’n 30 man gekookt moet worden.

Net als dat ik vind, dat als er kots op de vloer ligt, je dat dan gewoon even opdweilt in plaats van een schoonmaakbedrijf te bellen dat na het weekend kan komen, zo vind ik ook dat je als verpleegkundige een kraan moet kunnen vastdraaien als dat ervoor zorgt dat mensen weer fatsoenlijk kunnen koken.

Nadat ik de boel bekeken had, een inschatting had gemaakt dat ik het met een all-purpose tang wel gefixt zou krijgen, stapte ik vastberaden de keuken in om de kraan eens flink aan te draaien. Maar kennelijk had iemand tussendoor in die keuken met water en vet gespeeld, en de keukenvloer was best glad. En terwijl de benen onder me vandaan zwiepen, kan ik nog net de tang op het aanrecht gooien. Altijd eerst je gereedschap redden, en daarna pas jezelf.

Mijn val zal hoogstens 2 seconden geduurd hebben, net genoeg voor een flinke achtbaanschreeuw, maar ik kan me er ieder uur van herinneren: hoe eerst mijn stuit de betonvloer raakt, en vervolgens al mijn rugwervels na elkaar op de voorganger stoten, mijn rug aan het eind nog weer een stukje opveert om tenslotte weer in elkaar te klappen. Oeh, dat ging best hard. Ik zit op de grond en probeer wanhopig mijn rug te ontlasten door op mijn armen het gewicht van mijn bovenlichaam te dragen.

Zowel collega’s als cliënten hebben me eerst horen schreeuwen, en me daarna op de keukenvloer horen kletsen. Een collega komt aangerend, cliënten staan op van de bank en zien dat hier niets aan te redden is. Mijn collega gaat, heel alert, achter me knielen, zodat ik tegen haar aan kan leunen tot het moment dat ik weer normaal kan zitten en ademen. Ik overweeg of dit het moment is om de keukenvloer onder te kotsen, maar realiseer me dat ik daarvoor te veel pijn heb: eerst zien dat ik weer kan ademen, de rest komt later wel.

Vanaf dat moment ben ik mijn gevoel voor tijd kwijt. Ik denk dat mijn lieve collega zeker 30 minuten achter me gezeten heeft, terwijl ik langzaam weer voorzichtig durf te bewegen. Als ik aangeef dat het wel weer een beetje gaat, helpt ze me overeind, zodat ik uit het zicht van de cliënten verder kan bijkomen. Ik heb daarna zeker een uur amechtig op een bureaustoel op het kantoor gezeten, en probeerde net te doen of er niets aan de hand was. Alsof een verkrampt transparant gezicht en oppervlakkige ademhalingen niet zouden opvallen.

Als blijkt dat er vandaag niets meer met me te beginnen is, gaan ze regelen dat iemand me naar huis kan rijden. Maar eerst staan ze erop, dat ik mijn huisarts bel. Alsof ik daar de komende weken terecht zou kunnen, maar vooruit dan: ik bel mijn huisarts. Die hebben, volgens het bandje, natuurlijk nèt pauze en willen alleen gestoord worden voor belangrijke zaken. Ik overweeg kort of dit wel belangrijk genoeg is: ik kan weliswaar amper ademen of bewegen en eigenlijk weet ik zeker dat ik iets gebroken moeten hebben. Maar is dat belangrijk genoeg om mensen te storen tijdens hun lunch? Het is niet dat ik een slagaderlijke bloeding heb of afgerukte ledematen. Met de priemende blikken van mijn collega’s in mijn rug, druk ik uiteindelijk toch maar op het cijfer voor de spoedlijn.

‘Met de huisartsenpraktijk spreekt u. Weet u, dat u nu de spoedlijn belt? En dat dat echt alleen maar mag in een situatie van leven of dood? Wij hebben pauze, dus waarom belt u?’
Ik ben een beetje verbaasd; als ik doodga bel ik toch wel 112? Snel leg ik haar uit, dat ik weliswaar nog niet accuut dood ga, haar natuurlijk smakelijk eten wens, maar dat ik wel anderhalf uur geleden op mijn werk behoorlijk hard op mijn rug gevallen ben, sindsdien amper kan ademen of bewegen van de pijn, en eigenlijk wel heel graag zou weten wat nu verstandig is om te doen?
- ‘Oh, u bent gevallen zegt u? Op uw rug? Dan zoekt u maar een plekje waar u kunt gaan liggen.’
- ‘Maar ik kan amper bewegen of ademen? Hoe moet ik dan gaan liggen?’
- ‘Ja, daar kunnen wij natuurlijk ook niets aan doen. U moet maar gewoon gaan liggen of naar huis. Dan neemt u eventueel maar een paracetamol, en als de klachten niet beter wordt, dan moet u maar opnieuw bellen.’ Punt.

En, vroegen mijn collega’s, wanneer komt de huisarts om je te onderzoeken?
- ‘Nou, niet. Ik mocht naar huis en dan gaan liggen’.
- ‘Zonder je te onderzoeken?’
- ‘Eh, ja.’
Ze bieden me een paracetamol aan, en stoppen me in een bedrijfsauto om me naar huis te rijden. Daar pak ik de zwaarste pijnstiller die ik in huis heb, en ga liggen.

Hoe ik vijf centimeter korter was

Door niek_nijmegen op woensdag 19 februari 2020 06:56 - Reacties (38)
Categorie: -, Views: 4.713

De internist van het RadboudUMC die met mij zou gaan uitzoeken hoe ik aan mijn osteoporose was gekomen, wilde allereerst van me weten of ik eigenlijk melk dronk.

Nou hadden de mensen van de Maartenskliniek, tijdens de groepsvoorlichting een paar weken daarvoor, al stellig laten weten dat koemelkconsumptie zo’n beetje de belangrijkste leefregel was. Waarop ik zeer bedenkelijk had gekeken en de Mondigere Dame daadwerkelijk had uitgesproken dat ze dáár echt helemaal niets van geloofde en bewijzen wilde zien. De dames die de voorlichting deden, waren duidelijk: daarover werd niet gediscussieerd, melk was gewoon altijd al goed voor je botten, dat wist iedereen, en we moesten niet zo gek doen. Ik heb het er maar bij gelaten.

Van een academische arts kon ik uiteraard meer verwachten, en zij ging me ongetwijfeld voor de gevaren van koemelk waarschuwen. Ik kon haar dus geruststellen en zeggen dat ik dat spul gelukkig niet gebruikte, en dat ze dat alvast in mijn voordeel kon noteren. Helaas. Dàt was niet het juiste antwoord: ik moest wel goed begrijpen dat er immers calcium in melk zat. Dat ik meende te weten dat koemelk juist bijzonder slecht is voor je botten, daarover werd niet gediscussieerd. We keken elkaar diep aan, en hebben het er maar bij gelaten.

Ze vertelde daarna nog eens in het kort hoe de uitslag van de botdichtheidsmeting eruit zag: ik had osteoporose. Tot zover niets nieuws. Maar bovendien, zei ze, hadden ze op die low-res-scan gezien, dat ik een gebroken rugwervel had. Ze leek een korte stilte te laten vallen, om mijn reactie af te wachten.

Gelukkig was die informatie niet nieuw voor me, en ik vertelde enthousiast hoe ik in de zomer van 2003 na een blackout aan de waalkade tussen een gedemonteerde keuken was gevallen, op de spoedeisende hulp was beland, en toen kennelijk een compressie-fractuur in een rugwervel bleek te hebben opgelopen. Ik liet een korte stilte vallen, om haar opgeluchte reactie af te wachten.

‘Ja, inderdaad,’ zei ze trots, ‘Die foto van toen hebben we nog eens bekeken, en inderdaad staat daar een gebroken wervel op. Maar dat is een andere wervel dan waar de Maartenskliniek het over heeft.’ Oh, dus misschien toch iets nieuws.

Er waren eigenlijk maar twee verklaringen mogelijk: de Maartenskliniek had zich vergist in de nummering van de wervel, en dan was er dus niets aan de hand, òf ik zou een tweevoudig wervelbreker blijken te zijn. Ze stelde voor om een aantal röntgenfoto’s van mijn rug te laten maken om duidelijk te krijgen hoe de situatie daar precies was. Verder wilde ze een boel bloedonderzoek doen, en ze wilde graag van 24 uur mijn urine onderzoeken. En dan zouden we elkaar over een aantal weken weer spreken.

Tegenwoordig krijg ik van het Radboud een seintje wanneer er een nieuwe uitslag in mijn dossier is toegevoegd, en hoef ik niet te wachten op de vervolgafspraken om de uitslagen in te zien. En zo kon ik een paar dagen geleden alvast lezen wat ze op de foto’s aangetroffen hadden. Naast een heupprothese en een 'ruime hoeveelheid fecaal materiaal in het darmpakket' (fijn dat dat nu ook eens academisch vastgesteld is), bleken ze niet één of twee, maar wel 9 (negen!) gebroken rugwervels te hebben aangetroffen. Toe maar. Ik wist amper dat ik er zoveel had. Laat staan dat je die allemaal zou kunnen breken.

Dáár had ik in al mijn nuchterheid dan weer niet op gerekend. Daar ben ik wel een dag een beetje stil van geweest. Maar dat verklaart wel ineens waarom ik eigenlijk voortdurend lichte rugpijn heb, en ik laatst in de bioscoop zelfs zoveel pijn had gehad dat ik eigenlijk niet meer kon blijven zitten. Nou duurt The Irishman ook wel drieëneenhalf uur (waarvan zeker twee uur teveel), en waren de stoelen van Lux altijd al wat on-ergonomisch, maar toch.

Nu dus geduldig afwachten tot begin maart voor de vervolgafspraak, en tot die tijd misschien wat beter op de signalen van mijn lichaam letten...

Ik ben géén 70-jarige vrouw

Door niek_nijmegen op dinsdag 18 februari 2020 06:51 - Reacties (17)
Categorie: -, Views: 5.304

Zoals jullie eerder lazen, brak ik in juli 2019 mijn linkerheup. Dat werd door de chirurgen van het RadboudUMC prachtig opgelost met een prothese, en na maanden van fysiotherapie (het is nu februari 2020) doet de heup het weer bijna zoals vroeger. Maar daarmee is het traject nog niet ten einde.

Omdat de artsen van het RadboudUMC het best opmerkelijk vonden, dat een relatief jonge man zomaar een heup breekt, vonden ze het een goed idee dat de St. Maartenskliniek een botdichtheidsmeting zou doen, om uit te sluiten dat ik botontkalking zou hebben. Die botscan stelt qua 'ingreep' weinig voor, en ik beeld me in dat het niet veel meer dan een soort van low-res, low-energy röntgenbeeld oplevert. Voor het bespreken van de uitslag van de scan werd daarentegen, een paar weken later, een compleet dagdeel uitgetrokken.

Aan het eind van die middag zou ik een arts te spreken krijgen over de evaluatie van de botmeting. Maar om te beginnen werd ik in een groepsvoorlichtingsbijeenkomst geplaatst voor mensen met osteoporose, die allemaal inderdaad zo’n 30 jaar ouder waren dan ik. Dat moest wel een vergissing zijn, want een diagnose had ik immers nog niet, en ik was al aan het inschatten wanneer ik zou gaan opmerken dat ik vermoedelijk in de verkeerde groep terecht was gekomen. Gelukkig was er een mondigere dame die de vraag eerder stelde: ‘Waarom zit ik in een bijeenkomst over osteoporose, terwijl ik nog niet weet of ik dat heb? Is dat niet zonde van mijn tijd als ik niets blijk te hebben?’ Waarop alle andere aanwezigen ‘ja, inderdaad’ knikten. Ook zij hadden geen diagnose en dachten in de verkeerde groep te zitten en vonden dat zonde van hun tijd.

Het antwoord was simpel en ontluisterend: ‘Ja, dat lijkt raar, maar uit ervaring blijkt dat dit het beste werkt. En bovendien kunt u ervan uit gaan, dat u hier niet voor niets zit...’ Waarmee we allemaal meteen de uitslag van de botdichtheidsmeting alvast in onze spreekwoordelijk zak konden steken.

De voorlichting was op zich wel nuttig, hoor. En niet heel ingewikkeld: er bestaat Osteopenie (verminderde botdichtheid) en Osteoporose (heel erg zeer verminderde botdichtheid voor gevorderden), en daarvan hadden ze ook foto's: als een goed bot er in doorsnede uit ziet als een degelijk stuk aardewerk met miniscule luchtbelletjes, is osteoporose meer zoals de plastic molecuulmodellen die ze bij scheikunde in de klas hadden staan - maar dan zonder de bolletjes en niet van plastic. En er zijn leefregels en medicatie: niet roken en liefst minder alcohol en meer bewegen.

Nadat ze er ruim anderhalfuur over hadden gedaan om dat uit te leggen (al kwam dat ook een beetje door de meneer naast me die iedere gelegenheid aangreep om nog eens te vertellen over zijn kleinkinderen en dat hij wat vergeetachtig was), was het tijd voor het individueel gesprek met een arts. Die dus inderdaad mooi kon aanhaken op mijn nieuw-verworven kennis. En die dus feitelijk ook geen slecht-nieuwsgesprek hoefde te voeren, want het slechte nieuws wist ik ondertussen al. Ik bleek, zo vertelde ze inderdaad, osteopenie in mijn rug te hebben, en osteoporose in mijn resterende heup. Of andersom, dat ben ik vergeten. En inderdaad bestonden er 3 types medicatie om de botontwikkeling te stimuleren. Maar daar onstonden de problemen.

Osteoporose is bijna exclusief voor 70-jarige vrouwen, met medicatie die alles bij elkaar voor maximaal 23 jaar gegeven mag worden, want voor langere tijd was het dus nog nooit getest. Die 23 jaar was, gezien mijn jeugdige leeftijd, wel een lastig punt. Want wanneer de medicatie niet meer gegeven kon worden, zou ik nèt begin midden 60 zijn geweest (altijd charmant, wanneer mensen dat soort confronterende dingen voor je uitrekenen...) en dat vond ze wat aan de krappe kant. Het was een grappige arts die kennelijk dacht dat ik goede survival skills had, en ik dankte haar hartelijk voor het vertrouwen.

Maar vooral vond ze het niet correct om me met medicatie te behandelen terwijl mijn osteoporose eigenlijk nogal onverklaarbaar was (ik was man, jonger dan 70 èn niet in de overgang geweest), en dus ging ze me terugverwijzen naar het Radboud, alwaar een endocrinoloog met mij zou gaan uitzoeken hoe ik aan mijn osteoporose kwam.

Relatief opgelucht en met goede moed fietste ik heuvelafwaarts terug naar huis: met mijn heup ging het al best goed, en binnenkort zouden ze dan gaan uitvinden waarom ik de botten van een zieke oude vrouw heb en zomaar een heup had kunnen breken. Dan kon dat behandeld worden, en dan zou ik dit hoofdstuk eindelijk kunnen afsluiten...